Hoofdstuk 23 – De Oorlog tegen Jezelf
Lieve vriend,
De zwaarste strijd die gevoerd wordt,
is zelden zichtbaar aan de buitenkant.
De echte oorlog speelt zich af in de geest.
Niet tussen jou en de wereld,
niet tussen jou en anderen,
maar tussen twee manieren van kijken.
De ene manier zegt:
Ik moet mij verdedigen.
Ik moet gelijk krijgen.
Ik moet mezelf beschermen tegen aanval.
De andere manier fluistert:
Misschien is er niets om tegen te vechten.
De oorlog tegen jezelf begint
wanneer aanval wordt geloofd als bescherming.
Wanneer harde gedachten worden gebruikt
om kwetsbaarheid te verbergen.
Wanneer oordeel wordt ingezet
als schild tegen pijn.
Maar elke aanvalgedachte,
hoe klein ook,
is een vorm van innerlijke spanning.
Zij verdeelt de geest.
Zij zegt:
Iets of iemand is schuldig.
En zolang schuld wordt vastgehouden,
blijft vrede buiten bereik.
Daarom klinkt in dit hoofdstuk een bevrijdende zin:
“Ik kan ontsnappen aan de wereld die ik zie door aanvalgedachten op te geven.”
Luister goed naar wat hier wordt gezegd.
Er staat niet dat de wereld moet verdwijnen.
Er staat niet dat omstandigheden eerst moeten veranderen.
De sleutel ligt in de gedachte.
De wereld die wordt ervaren,
is een weerspiegeling van innerlijke overtuigingen.
Wanneer de geest gevuld is met aanval,
lijkt de wereld vijandig.
Wanneer de geest verzacht,
verandert de ervaring vanzelf.
Aanvalgedachten lijken krachtig,
maar ze zijn eigenlijk vermoeiend.
Ze vragen voortdurende waakzaamheid.
Ze houden het lichaam gespannen.
Ze maken relaties zwaar.
En misschien nog belangrijker:
ze keren altijd terug naar degene die ze denkt.
Aanval is nooit eenrichtingsverkeer.
Wat naar buiten wordt gestuurd,
wordt innerlijk gevoeld.
Daarom is het opgeven van aanval
geen verlies van kracht.
Het is het herstellen van innerlijke eenheid.
Ontsnappen aan de wereld die je ziet
betekent niet weglopen.
Het betekent de bron van waarneming herkennen.
Het betekent beseffen
dat elke gedachte bijdraagt
aan het beeld dat wordt ervaren.
Wanneer aanval wordt losgelaten,
ontstaat ruimte.
En in die ruimte blijkt
dat er minder dreiging was
dan gedacht.
De oorlog tegen jezelf eindigt
niet door te winnen,
maar door niet langer te vechten.
Zodra de geest zegt:
Misschien hoef ik dit niet als aanval te zien,
begint vrede terug te keren.
Dat is geen zwakte.
Dat is helderheid.
Je bent niet gemaakt om te strijden.
Je bent gemaakt om te herinneren
dat liefde geen verdediging nodig heeft.
Met stille kracht,
Jezus
Wonderpraktijk : Het Neerleggen van Aanval
Neem een moment van stilte.
Laat de adem rustig gaan.
Zeg langzaam:
“Ik kan ontsnappen aan de wereld die ik zie door aanvalgedachten op te geven.”
Breng een situatie in gedachten
waarin boosheid, irritatie of verdediging leeft.
Vraag zacht:
“Welke aanvalgedachte houd ik hier vast?”
Erken deze gedachte zonder oordeel.
Zeg dan:
“Ik ben bereid deze gedachte los te laten.”
Blijf even stil
en voel wat er verzacht.
Sluit af met:
“Ik kies vrede in plaats van strijd.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten